De vikingen | |
|---|---|
![]() |
Het Vikingtijdperk duurde van ongeveer 800 tot 1100 na Christus en de Vikingen waren mensen die toen in Scandinavië. Het woord 'Viking' betekent waarschijnlijk "van de baaien", dus de mensen die bij de baaien woonden of zich er vaak ophielden. In het Europa van die tijd werd het woord ook synoniem voor piraat, omdat ze het meest bekend waren om hun plundertochten, maar het waren ook goede koop- en vaklui, vertellers, diplomaten en ontdekkingsreizigers. Iedereen sprak dezelfde taal; het Oud-Noors, maar er is nooit een groot Vikingland geweest. Wel had je hoofdmannen en |
kleine koningen, die grotere of kleinere gebieden hadden bemachtigd, door ze te veroveren. De grenzen van dergelijke rijken groeiden in omvang of hielden op met bestaan, afhankelijk van wie de macht had. Op de een of andere dag kon een hoofdman plotseling gedood worden in een duel of op het slagveld. Dan nam iemand anders, vaak de doder, de boel over.
Een gewelddadig leven |
|
VikingkrijgerBron: Wikipedia Fotograaf: Vojtech Krunt |
De Vikingen leidden een hard leven, dat grotendeels gekenmerkt werd door geweld. Men vocht graag man tegen man in duels, die niet eerder ophielden voor een van de twee dood was, maar dan was het conflict wel weer opgelost, ten minste voor een tijdje. Een familielid van de gesneuvelde had alle recht om boos te zijn en mocht proberen wraak te nemen. Op die manier werden soms hele families uitgegroeid door een reeks gevechten en moorden, die generatielang konden voortduren. Wraak was een erezaak voor de Vikingen. Maar ze waren óók in staat tot het tonen van buitengewone vergevingsgezindheid en trouw aan hun vrienden, leiders en familie. Ze waren bijvoorbeeld liefhebbender en vergevingsgezinder dan de christelijke middeleeuwse ridders. De Vikingen hadden ook een goed gevoel voor humor en vonden het leuk om elkaar spannende verhalen te vertellen. Een goede verhalenverteller stond in hoog aanzien in de Vikingmaatschappij. |
De goden |
|
De Vikingen baden een soort goden aan, die de Asen worden genoemd. Ze waren machtig en vaak meedogenloos, maar hadden veel menselijke trekjes. Daarom was het voor de Vikingen makkelijk om in hun goden te geloven en ze bijna te beschouwen als goede vrienden - de vaste reismetgezel, zoals ze zeiden. De oppergod heette Odin. Hij koos welke overledene naar zijn zaal, de Walhalla mocht om daar alle dagen, tot het eind der tijden, feest te vieren. Dit was het paradijs voor de Vikingen. De populairste god was Thor, die de macht had over het onweer. Zijn strijdhamer mjolnir werd als sieraad om de hals gehangen, zoals christenen met een kruis.
Odin ging vaak naar de aarde, vermomd in een lange mantel en brede hoedrand om zich anoniem
onder de mensen te begeven. |
![]() |
De sameneving |
|
Vikingen waren niet altijd piraten. Vaak waren het ook ervaren handwerkers. Deze beitelt
een boodschap in de rots.Bron: Wikipedia Fotograaf: Merlin |
De samenleving bestond uit jarls (edelen en stamhoofden), karls (de vrijgeborenen) en thralls. De thralls hadden het zwaarst. Zij waren slaven, waar de eigenaar mee kon doen wat hij wilde. De thrall kon zijn vrijheid als gift krijgen of door zichzelf vrij te kopen. De meeste vrijgeborenen waren boeren, die daarom ook een zwaar bestaan kenden. Om hun vaak magere inkomsten wat aan te vullen, verzamelden ze zich in groepen om op plundertocht te gaan, "om een Viking te zijn". Wanneer je denkt aan een Viking, als een bloeddorstige krijger met zwaard en schild moet je bedenken dat het vaak om gewone mensen ging. Wanneer je vader een boer is, kun je je misschien voorstellen hoe hij zijn problemen op een Vikingmanier zou oplossen. Gaat de tractor kapot, dan zou hij met zijn buren optrekken om Londen te plunderen, zodat hij een nieuwe kon kopen. Op rooftocht reisde men per schip. De Vikingen waren goede botenbouwers en zeelui. Ze reisden door heel Europa en zelfs een stuk van Azië. Langzamerhand kwamen ze ook in Noord-Amerika terecht. |
|
De reizen veroorzaakten veel ellende, maar er werden ook nieuwe contacten aangeknoopt en handelswegen geopend. Op veel plaatsen bleef men en bouwden er kolonies die langzamerhand tot hele steden uitgroeiden. Aan het einde van het Vikingtijdperk begonnen veel Scandinaviërs zich te bekeren tot het christendom. De slag bij Hastings in 1066 werd gezien als het laatste voorval van het Vikingtijdperk. Toen veroverden de Franse Vikingnazaten, de Normandiërs, Engeland en namen daar de macht over. Circa dertig jaar later waren het ridders tijdens de eerste kruistocht naar Jeruzalem en de samenleving van Europa kreeg een andere opbouw. |
|
Bron: www.ungafakta.se Vertaald door: livhiddemaproductions. |
|
| Meer weten over de vikingen? Klik hier | |